Welke bedrijfswaardering voor je bedrijf pas je toe in welke situatie? Of je nu denkt aan verkoop, financiering of een investering, het berekenen van de waarde van je onderneming is cruciaal. De juiste waarderingsmethode hangt sterk af van jouw specifieke situatie. In dit blog ontdek je wat de waarde van je bedrijf bepaalt en welke methode bij welke situatie past.

Wat bepaalt de waarde van je bedrijf?
De waarde van je bedrijf wordt bepaald aan de hand van verschillende factoren. Deze worden ook wel waardedrivers genoemd. Dit zijn elementen van de onderneming die ervoor zorgen dat de bedrijfswaarde hoger of lager wordt ingeschat. Deze elementen zijn onder andere:
- De markt, sector en regio: bedrijven in groeimarkten hebben vaak een hogere waarde;
- Grootte van de onderneming: grotere bedrijven hebben doorgaans een lager risicoprofiel;
- Trackrecord van de onderneming: consistente prestaties over meerdere jaren verhogen de betrouwbaarheid;
- Economische ontwikkelingen: financiële markten en macro-economische trends spelen een belangrijke rol;
- Verdienmodel: hoe duurzaam en schaalbaar is de inkomstenstroom;
- Klanten en leveranciers: afspraken, type klanten/leveranciers en afhankelijkheid hiervan;
- Activa: verkoopbaarheid en waarde van eigendommen en middelen;
- Unieke kenmerken: denk aan patenten, kennis of naamsbekendheid.
Een hoger risicoprofiel verlaagt de waarde van een onderneming.

Welke waarderingsmethode pas je toe?
Afhankelijk van de reden waarom je een waardering nodig hebt, kun je kiezen uit verschillende methodes. Hieronder lichten we de verschillende situaties en methodes toe.
1. Vuistregels: een snelle inschatting
Wil je een globale indicatie van de waarde van je onderneming? Vuistregels zijn dan een handige start. Dit zijn voorbeelden:
- Hypotheekshops en makelaardijen: 0.75 tot 1 keer de omzet
- Accountantskantoren: 6 maal de Ebitda1
- Retail bedrijven: 2.5 maal de ebitda of 0.5 maal de omzet (gemiddeld).
De factoren voor deze vuistregels kun je vinden op verschillende sites die de transacties in de markt in de gaten houden. Denk aan de barometer van Brookz of aan BizBuySell. Regels die eenvoudig klinken – alsof je de berekening snel op de achterkant van een bierviltje zou kunnen maken. Toch zijn dit soort berekeningen vaak minder gemakkelijk dan ze op het eerste gezicht lijken en geven ze slechts een grove indicatie.
Deze vuistregels zijn onder andere gebaseerd op prijzen die in de markt zijn betaald, ervaringen van ondernemers en (onbewuste) afwegingen van de waardedrivers. Hiermee vormen ze een goede start, zolang je je beseft dat de berekeningen hierna wel verder moeten worden gefinetuned op basis van de kenmerken van de betreffende onderneming. Zo is de gemiddelde prijs voor een zakelijke dienstverlener vijf keer de ebitda, maar kan dit bij een kleinere dienstverlener slechts drie keer en bij een grote soms wel negen keer de ebitda zijn.
1: Ebitda = earnings before intrest, taxes, depreciation and amortisation. Dwz: het bedrijfsresultaat voor de aftrek van rente, afschrijvingen en belastingen.
2. DCF: voor nauwkeurige waarderingen
Discounted cashflow (DCF) methodes worden gebruikt wanneer een grondige en betrouwbare waardering nodig is. Denk aan een onderbouwing voor de belastingdienst of juridische geschillen. Je kunt kiezen uit twee methodes: de WACC2 methode of de APV3 methode. De WACC methode is eigenlijk alleen eenvoudig toe te passen bij grote bedrijven of bedrijven met een hele stabiele financieringsstructuur. Voor alle overige bedrijven is de APV methode beter te gebruiken. Het principe van beide methodes is hetzelfde: het contant maken van kasstromen van de onderneming naar het huidige moment. Echter bij de WACC methode wordt meteen rekening gehouden met de kostenvoet van vreemd en eigen vermogen, terwijl de APV gebruikt maakt van de kostenvoet van het eigen vermogen en daarna het taxshield berekend. Bij dezelfde aannames en bronnen zouden beide methodes tot dezelfde uitkomsten moeten leiden. De aannames en bronvermelding zijn heel belangrijk bij deze methoden.
Wat moet je doen binnen deze methodes:
- Maak prognoses van de kasstromen voor 5-10 jaar
- Schat het benodigde werkkapitaal en de investeringen in
- Bereken de restwaarde: hoe lang blijven winsten houdbaar?
- Gebruik een disconteringsvoet gebaseerd op marktrisico’s, jouw specifieke situatie en de gekozen methode.
Voor deze methodes moet veel onderzoek worden gedaan om de aannames te onderbouwen. Daarmee zijn ze minder simpel en snel dan de vuistregels. Ze bieden de meest accurate inschatting van de waarde en leveren een schat van informatie op.
2. WACC = weighted average cost of capital, gewogen vermogenskostenvoet, 3. APV = Adjusted Present Value

3. Rendementswaarde: voor investeerders
Bij investeringen draait het in het algemeen om het verwacht rendement van je investering. Het gaat daarbij vooral om de geldstromen die naar de aandeelhouders gaan. De rendementswaarde wordt berekend als een dividend discount model. Je berekent de genormaliseerde winst en bepaalt een rendementseis voor jou als aandeelhouder. Op basis van deze twee gegevens bepaal je de rendementswaarde (= genormaliseerde winst/rendementseis). In het MKB zal de rendementseis tussen de 10%-25% liggen. Bij snelgroeiende bedrijven of bedrijven in transitie kan je de waarde beter berekenen via de Cash-to-Equity methode.
4. Liquidatiewaarde of directe opbrengstwaarde: specifiek
De waardering volgens deze methodes doet zich vooral in specifieke situaties voor. Het gaat dan om een mogelijk faillissement of liquidatie. Of een herstructurering van activiteiten. Voor een financiering kan de directe opbrengstwaarde een indicatie zijn voor het onderpand wat geboden kan worden. Wanneer de onderneming al langer niet goed rendeert, wordt gekeken naar deze methoden voor bepaling van de waarde van een onderneming. Deze methode kan ook worden toegepast in een verkoopsituaties met haast, waarin je dus niet de tijd hebt om naar de optimale koper te zoeken.
Er wordt gekeken naar de activa op de balans waar kopers voor worden gezocht. Het gaat om de directe opbrengstwaarde van een machine- of wagenpark, de taxatiewaarde van een bedrijfspand, de waarde van een debiteurenportefeuille, enzoverder. De liquidatiewaarde of directe opbrengstwaarde is meestal lager dan de going concern waarde van een onderneming, omdat er geen rekening meer gehouden wordt met winstpotentie of goodwill van een bedrijf. Daarnaast zijn de opbrengsten sterk afhankelijk van het moment: de vraag en aanbod in de markt. Houdt ook rekening met de kosten van liquidatie en stoppen. Er kunnen nog schulden zijn die moeten worden afgelost, onderdelen ontmanteld, afkoopsommen personeel etc.

Het verschil tussen waarde en prijs bij een bedrijfswaardering
Als je voor de verkoop van een bedrijf de waarde bepaalt, hoeft deze natuurlijk niet gelijk te staan aan de prijs die uiteindelijk wordt overeengekomen. De prijs is namelijk afhankelijk van een groot aantal andere factoren, zoals de aannames en berekening van de andere partij. Maar bijvoorbeeld ook van het aantal gegadigden. Zijn dit er veel, dan wordt de prijs over het algemeen beter voor de verkopende partij. Ook een hoge gunningsfactor kan invloed hebben op de prijs en ervoor zorgen dat een onderneming niet aan de hoogste bieder wordt verkocht. Daarnaast zorgt tijdsdruk er soms voor dat er een andere prijs moet worden geaccepteerd dan de berekende waarde. Tot slot spelen ook het sentiment van de markt, de onderhandelaars, kosten en beschikbaarheid van de financiering en andere factoren dan de prijs een rol.
Heb je hulp nodig met het bepalen van de waarde van jouw onderneming? Of wil je meer weten over de methodes die wij gebruiken? Neem contact op met ons en ontdek wat N4MB3RS voor jou kan betekenen!